Terugblik conferentie Immerloo Schuldenvrij
2 jaar geleden ging het van start: Experiment Immerloo Schuldenvrij. Op donderdag 11 juni werden de uitkomsten ervan gepresenteerd in de imposante Arnhemse Koepelgevangenis. Dagvoorzitter Eva Boswinkel opende de bijeenkomst met een verwijzing naar de symboliek van de locatie. “Als het gaat over schulden, dan voelt het soms net alsof je vastzit. Tijd om die deur open te trekken.”
Schulden vormen slechts het topje van de ijsberg
De ochtend werd geopend door burgemeester Ahmed Marcouch, voorzitter van de Alliantie Arnhem-Oost. “Vandaag maken we de balans op van een baanbrekend experiment. Een experiment dat de levens van tientallen bewoners van Immerloo veranderd heeft.” In zijn toespraak benadrukte hij dat schulden zelden op zichzelf staan. “Schulden vormen slechts het topje van de ijsberg. Daaronder schuilen vaak problemen als een slechte gezondheid, eenzaamheid, taalproblemen of het verlies van werk. Schulden gaan in wezen niet over geld; ze zijn een signaal.” Ook waarschuwde hij voor de hardnekkige vooroordelen over mensen met schulden. “Het leven laat zich niet altijd vangen in de eenvoudige redenering van ‘eigen schuld, dikke bult’.” Met een oproep aan de zaal sloot de burgemeester af. “Werk volgens de bedoeling. Kom in opstand, als je merkt dat je niet kunt handelen volgens de bedoeling en belofte van onze grondwet. Laat dit geen eindpunt zijn, maar een belofte aan een sociaal rechtvaardige samenleving waarin niemand wordt opgegeven.”

Resultaten van het experiment
Het stokje werd overgedragen aan Marloes Kos, projectmanager namens het Nationaal Programma Arnhem-Oost. In vogelvlucht nam zij de zaal mee in de aanpak van het experiment en de belangrijkste resultaten. “Onze ambitie was om 40 tot 60 huishoudens in een kwetsbare positie te helpen: door problematische schulden direct weg te nemen én de samenhang met andere problemen te doorbreken.”
Dat schulden vaak maar een onderdeel van een groter verhaal zijn, bleek in de praktijk. Achter de dossiers gaan mensen schuil met gezondheidsproblemen, taalbarrières, ingrijpende levensgebeurtenissen en zorgen om kinderen. Inmiddels zijn 21 van de 40 deelnemende huishoudens volledig schuldenvrij, 5 zijn schuldenvrij op schulden bij de Rijksoverheid na en de overige huishoudens bevinden zich nog in de inventarisatie- of afkoopfase, vertelde Kos. “Gemiddeld zijn de huishoudens binnen 9 maanden schuldenvrij, wat aanzienlijk sneller is dan bij een regulier traject.” Maar uiteindelijk gaat het niet om cijfers, benadrukte Kos. “Het gaat om waardigheid. Om het gevoel te hebben dat je er mag zijn.”

Verhalen achter de cijfers
Wat betekenen die cijfers in de praktijk? Niemand kon die vraag beter beantwoorden dan de huishoudens zelf. Aanwezig waren Rianne Langenbach en Shaquina Hato, die openhartig vertelden over hun ervaringen.
Rianne: “In ons gezin speelde veel: mijn vriend heeft twee keer een herseninfarct gehad in twee jaar tijd, en ikzelf kwam ook uit de Ziektewet. We zaten zo diep in de schulden dat we niet meer wisten wat we moesten.” Ook Shaquina zag hoe de schulden zich thuis letterlijk opstapelden, terwijl haar moeder kampte met gezondheidsproblemen. “Oorspronkelijk komen we van de Antillen. Daar kennen ze schulden niet zoals hier. Mijn moeder was iemand die, als ze een brief kreeg, die op de stapel legde. Het komt wel goed, zei ze dan.”
Beide huishoudens kregen hulp. Rianne: “In het begin kwamen ze elke week langs, later kon dat worden afgebouwd. De coaches waren altijd bereikbaar, ook ’s avonds. Dat is zo anders dan bij de reguliere aanpak, met loketten en protocollen.” Shaquina: “Ik heb mijn moeder nooit anders gekend dan in de schulden. Het heeft invloed gehad op haar gezondheid, haar relatie met mijn vader en op mijzelf. Ik ben sinds een half jaar zelf moeder van een zoontje, en weet één ding zeker: hij mag dit absoluut nooit meemaken.”

Vertrouwen als vertrekpunt
Volgens coaches Petra Wouda en Peter-Paul Slaats zat de kracht van het experiment in het opbouwen van vertrouwen door direct te doen wat nodig was. Anders dan bij reguliere trajecten konden zij in dit traject snel handelen. “Als een koelkast leeg was, kon ik zeggen: over een uur is die gevuld met eten. Dat gaf vertrouwen”, vertelde Peter-Paul.
Het project vroeg vooral om veel lef, benadrukten de coaches. Lef om buiten de bestaande kaders te denken, maar vooral om naast de mensen te blijven staan. “Soms lukt het niet gelijk om binnen te komen, maar als dat wel gebeurt, ontstaan er hele mooie dingen”, zegt Peter-Paul. Een boodschap waar Petra zich meteen in herkende: “Nee is voor ons geen antwoord. We weten nu dat het anders kan – dat geeft hoop.”
Ook Lisbeth Verharen, lector Versterken van Sociale Kwaliteit aan de HAN University of Applied Sciences, onderstreept dat. Vanuit onderzoek volgde de HAN 10 huishoudens tijdens het experiment. “Wat werkt, weten we eigenlijk wel”, vertelde ze. “Maar het vraagt om handelingsruimte voor professionals en het vertrouwen dat de organisatie achter je staat, om te doen wat nodig is. Dat is uitzonderlijk – en dat is hier gebeurd.”

Lessen voor het schuldenstelsel
Wat zeggen de resultaten van Experiment Immerloo Schuldenvrij over de relatie tussen schulden, bestaansonzekerheid en de manier waarop we mensen ondersteunen?
Voor Martin Neef, manager Tijdig Betalen bij energieleverancier Vattenfall, bevestigde het experiment hoe belangrijk maatwerk is. Vattenfall is een van de schuldeisers die meewerkte aan het experiment. “Weer een regeling verzinnen, dat kunnen we in principe zelf. Maar nieuwe regels bedenken voor mensen die niet binnen de bestaande regels passen, werkt niet meer. Voor een duurzame oplossing is ruimte nodig om naar de mensen te luisteren.” Neef pleitte daarbij ook voor een nieuwe kwaliteitsstandaard. “Het lijkt erop dat de brede en langdurige ondersteuning tot duurzaam herstel leidt. Maar laat pas los als het ook echt kan.”
Rosanne Oomkens, lector Schulden en Incasso aan de Hogeschool Utrecht, benadrukte dat het belangrijk is lessen te trekken voor het bredere schuldenstelsel. “In het huidige stelsel vragen we, voordat je wordt geholpen, om modelgedrag en een stabiele situatie. Terwijl modelgedrag bij kwetsbare mensen juist lastig te vragen is. Dat er bij dit experiment niet om werd gevraagd, is het begin van iets nieuws.”
Voor Bernd Huibers, bestuurslid van de Dullertsstichting, liet Experiment Immerloo Schuldenvrij zien wat er mogelijk wordt als je ruimte maakt om te leren. Drie Arnhemse stichtingen besloten het afkoopfonds te financieren om te onderzoeken wat werkt. “Gratis geld weggeven is best spannend. Maar als de standaardaanpak niet werkt, moet je soms durven afwijken om te ontdekken wat wél werkt.”
Die keuze pakte goed uit. “Met relatief beperkte middelen zijn grote maatschappelijke opbrengsten gerealiseerd. Met iedere euro uit het afkoopfonds zijn ongeveer drie euro aan schulden opgelost. En de aanpak als geheel, inclusief de inzet van de coaches, levert een positief maatschappelijk rendement van 8% op.” Huibers pleitte daarom voor het kopiëren en plakken van deze aanpak, ook op andere plekken. “Laat deze lessen niet in een rapport verdwijnen, maar een plek krijgen in de praktijk.”

Een bijzondere overheid
Met een videoboodschap spreekt publicist Tim ’S Jongers, die die dag niet fysiek aanwezig kon zijn, de zaal toe. “Dat denken in vakjes en hokjes, werkt voor mensen met mulitproblematiek helemaal niet.” ‘S Jongers pleit al langere tijd voor, wat hij noemt, een ‘bijzondere overheid’. “We hebben speciaal onderwijs, bijzondere woonvormen en sociale werkplaatsen voor mensen die iets anders nodig hebben. Dat vind ik heel mooi, dat zijn vormen van emancipatie. Maar iedereen heeft maar één overheid, en de hulpverlening vanuit de overheid, is voor iedereen hetzelfde. Voor 10 tot 15% van de mensen die met multiproblematiek kampt, werkt die overheid, die veelheid aan loketten, helemaal niet. Creëer voor die mensen een bijzondere overheid, iets dat veel weg heeft van hoe zich dat in Immerloo heeft ontwikkeld, waarbij individuen een hulpverlener krijgen die het mandaat heeft om de contacten te leggen en de problemen op te lossen. Eén gezin, één hulpverlener, één plan. Dat werkt.”

Hoe nu verder?
De resultaten van Experiment Immerloo Schuldenvrij riepen ook de vraag op hoe de werkzame elementen uit de aanpak breder kunnen worden toegepast. Vertegenwoordigers van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het CJIB en de gemeente Arnhem gingen hierover met elkaar in gesprek.
Volgens Stijn van Bruggen, programmadirecteur Armoede en Schulden bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, ligt er een belangrijke opdracht om het systeem eenvoudiger en toegankelijker te maken. “Als overheid wil je dichtbij zijn en toegankelijk blijven. Signalen uit projecten als deze helpen landelijke knelpunten zichtbaar te maken en aan te pakken.”
Van Bruggen verwees daarbij naar het Nationaal Programma Armoede en Schulden, waarin gewerkt wordt aan concrete verbeteringen. “Neem deurwaarders. Hun opdracht is nu vooral om geld op te halen, maar heel vaak zien zij ook dat er niets meer te halen valt en mensen vast zitten. We zijn bezig om ervoor te zorgen dat zij dat soort signalen kunnen doorgeven aan de schuldhulpverlening.”
Ook Wouter Bos, afdelingshoofd Maatwerk & Persoonsgegevens bij het Centraal Justitieel Incassobureau, benadrukte het belang van signalen uit de praktijk. “Tussen de ministeries in Den Haag en de dagelijkse praktijk zit soms letterlijk en figuurlijk een flinke afstand. Als uitvoeringsorganisatie zijn we daarom sterk afhankelijk van signalen van dit soort projecten. Als we iets niet horen, dan weten we het ook niet.” Hij wees op de ontwikkeling van een gezamenlijk overzicht van schulden bij de rijksoverheid, waarmee inwoners straks op één plek kunnen zien welke betalingsverplichtingen zij bij verschillende rijksoverheidorganisaties hebben. Toen dagvoorzitter Eva Boswinkel de Immerloo Schuldenvrij coaches vroeg of zo’n overzicht in de praktijk behulpzaam zou zijn, reageerden zij bevestigend.
Voor Herm Kuipers, concerndirecteur Sociaal van de gemeente Arnhem, bevestigen de resultaten dat ondersteuning beter moet aansluiten op de leefwereld van inwoners. “Bijna 20% van de mensen in Nederland heeft niet genoeg basisvaardigheden om mee te doen aan de maatschappij, en daar zouden we gepaste aandacht aan moeten geven.” Daar zit ook een opdracht in die de nieuwe Arnhemse coalitie heeft gegeven. “Een apart loket waar een andere vorm van hulp en ondersteuning wordt gegeven, om op meerdere levensgebieden gepaste zorg te kunnen krijgen.”

Een dienend systeem
Voor de kersverse wethouder Mounia Arkhouch kon de eerste werkdag bijna niet toepasselijker beginnen. Nog geen etmaal na haar installatie als wethouder met onder meer de portefeuilles Bestaanszekerheid en Arnhem-Oost, bezocht zij de slotconferentie van Experiment Immerloo Schuldenvrij. Arkhouch vertelde dat het onderwerp en de verhalen van de deelnemers op het podium haar persoonlijk raakt. “Wat ik hieruit meeneem, is dat het systeem het proces van mensen moet dienen, en niet andersom. Anders komen mensen vast te zitten. Het gesprek blijven voeren en naast mensen blijven staan, is ontzettend belangrijk.”

Blik vooruit
“Een experiment moet je stoppen, anders is het geen experiment meer.” Met die woorden sloot Monaïm Benrida, directeur van Nationaal Programma Arnhem-Oost, de ochtend af. Benrida keek met trots terug op de afgelopen 2 jaar. Niet alleen vanwege de resultaten, maar ook vanwege de kennis die het experiment heeft opgeleverd. Toch ligt volgens hem de grootste les ergens anders: “Schulden oplossen is één ding, maar mensen bestaanszeker maken is iets anders.” Het werk stopt daarom niet wanneer iemand schuldenvrij is. “Iemand wil misschien weer gaan studeren, een baan vinden of een volgende stap zetten in het leven. De vraag is dan: hoe maken we dat mogelijk?” Juist daarin ziet hij de opdracht voor komende jaren. “Je bent niet altijd verantwoordelijk, maar je kunt je wel verantwoordelijk voelen. Als we iets zien, moeten we handelen.” Met een laatste oproep aan de zaal sloot hij af: “Blijf elkaar opzoeken. Blijf elkaar aanspreken. En blijf doen wat nodig is.”

Doe mee
Samen vooruit! Of je nu inwoner, ondernemer, professional of partner bent, er is een rol voor iedereen om samen te werken en positieve verandering te creëren in de wijken. Het Nationaal Programma Arnhem-Oost nodigt je uit om mee te doen en samen het verschil te maken.
als organisatie
Bijdragen aan de positieve verandering kan op allerlei manieren. Wil jouw organisatie of onderneming deelnemen aan dit project, of wellicht zelfs partner worden?
als bewoner
Zonder de inzet van onze enthousiaste wijkbewoners komen de projecten niet van de grond. Wil jij ook bijdragen aan de positieve verandering in jouw wijk?